Fokkers Info

*******

 

Aanvraag tot erkenning voor

een honden- of kattenkwekerij / een dierenhandelszaak 

 

Het koninklijk Besluit van 27 april 2007 houdende erkenningsvoorwaarden voor inrichtingen voor dieren en houdende de voorwaarden inzake de verhandeling van dieren bepaalt de erkenningsvoorwaarden voor honden- en kattenkwekerijen, alsook voor dierenhandelszaken.

I. Inleiding

Er rust een grote verantwoordelijkheid op het openen van dergelijke inrichtingen aangezien het om dieren gaat en de maatschappij niet langer tolereert dat het dierenwelzijn niet wordt gerespecteerd, ook de kopers van dieren worden steeds veeleisender. De wetgeving speelt hierop in en om een dergelijke activiteit op te starten, is het noodzakelijk over een aantal kwaliteiten te beschikken, en een opleiding inzake dierenverzorging en het beheer van dergelijke inrichting te volgen, twee aspecten die noodzakelijk zijn om dergelijke ondernemingen tot een goed einde te brengen.

Welke inrichtingen?

Wie één van beide activiteiten wil opstarten, moet een erkenning hebben en moet zich houden aan de voorwaarden opgenomen in voormeld koninklijk besluit.

In het kader van de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

·         Honden- of kattenkwekerij: elke plaats waar jaarlijks minstens drie nesten honden of katten worden geboren, ook al zijn die dieren van verschillende personen.

·         Dierenhandelszaak : een al dan niet voor het publiek toegankelijke plaats waar dieren worden gehouden met het oog op de verhandeling ervan. De ambulante handelaars op beurzen, markten en kermissen moeten ook erkend zijn op het adres waar de dieren tussen de verschillende verplaatsingen worden gehouden. Winkels die enkel vissen verkopen die bestemd zijn om in vijvers (Cypriniden) te leven moeten geen erkenning hebben. Ook inrichtingen die enkel ongewervelden of vissen verkopen die als visaas dienen, moeten geen erkenning hebben. 

 

II. Haalbaarheid

Indien het project doorgaat, moet eerst een haalbaarheidsstudie worden uitgevoerd, moet kennis genomen worden van alle bepalingen van het koninklijk besluit, moet worden bepaald welke soorten dieren en hun aantal kunnen worden gehouden op basis van de beschikbare lokalen en de normen op het vlak van dierenwelzijn en milieu. Voor bepaalde zaken kan een dierenarts (misschien de toekomstige contractdierenarts) waardevol advies geven. Ook moet informatie ingewonnen worden bij het gemeentebestuur, waar de inrichting zich zal bevinden, over de stedenbouwkundige en milieuvoorwaarden, alsook over de uitbatingsvoorwaarden en de maatregelen tegen brand. Ook het economische aspect mag niet uit het oog worden verloren en misschien moet men zich door fiscale raadgevers laten bijstaan om ervoor te zorgen dat de activiteit volledig legaal verloopt. Ten slotte zal een voorafgaande studie zowel m.b.t. de afkomst van de dieren en van de producten (voedsel, materiaal, …) als m.b.t. het eventuele cliënteel nuttig zijn om het project te laten slagen.

 

III. Verantwoordelijkheden

De structuur en het beheer van een dergelijke onderneming kan verschillende vormen aannemen al naargelang de omvang en het aantal inrichtingen. Soms zijn het familiebedrijven met een beperkt personeelsbestand, soms gaat het om echte ketens die van op afstand worden beheerd. Daarom is het ook nuttig de taak van elkeen te preciseren.

Hoe het ook zij, elke plaats waar dieren gehuisvest worden en waar dieren gekweekt of verhandeld worden, moet erkend zijn. Indien het gaat om verschillende inrichtingen binnen eenzelfde onderneming worden zij in de Kruispuntbank van Ondernemingen  opgenomen als Vestigingseenheden van de onderneming.

·          Beheerder van de inrichting

De persoon die het project opstart, is de “beheerder van de inrichting”. Hij zorgt voor de infrastructuur en beheert de inrichting. Hij dient de door hem ondertekende erkenningsaanvraag in, sluit een overeenkomst met een erkend dierenarts die hem bijstaat, en heeft de supervisie over de inrichting. De beheerder moet zich ervan vergewissen de noodzakelijke voorwaarden voor de goede werking van de inrichting te verschaffen.

·          Verantwoordelijke van de inrichting

Het betreft de in de inrichting aanwezige persoon die een direct toezicht uitoefent op de dieren en de dieren verzorgt, en die tevens rechtstreeks in contact staat met de klanten. De verantwoordelijke houdt de documenten bij aan de hand waarvan de dieren kunnen worden getraceerd (inventarissen, registers), hij overhandigt aan de koper bij de verkoop van een hond of een kat het volledig ingevulde en ondertekende garantiecertificaat. De beheerder en de verantwoordelijke kunnen een en dezelfde persoon zijn; dit onderscheid heeft zin indien het gaat om een inrichting die van op afstand wordt beheerd door een persoon die zich niet in de inrichting bevindt.   

·          Contractdierenarts

De contractdierenarts is de erkende dierenarts die een overeenkomst heeft gesloten met de beheerder. Hij is belast met de regelmatige controle op het welzijn, de gezondheidstoestand, de verzorging en de huisvesting van de dieren en voert de noodzakelijke vaccinaties uit. Hij wordt vergoed door de beheerder. De minimumfrequentie van de controlebezoeken is vastgesteld al naargelang het soort inrichting. Indien de verantwoordelijke of de beheerder van de inrichting de contractdierenarts niet voldoende ontbieden, brengt deze de Dienst Dierenwelzijn hiervan op de hoogte.

IV. De erkenningsprocedure

Kosten :

De procedure m.b.t. de aanvraag tot erkenning is niet gratis teneinde de administratieve kosten voor de controle en het onderzoek van het dossier te dekken. De kosten bedragen :

- 75 € voor een honden- of kattenkwekerij met minder dan 10 vrouwelijke fokdieren;

- 250 € voor een honden- of kattenkwekerij met meer dan 10 vrouwelijke fokdieren; 

- 75 € voor een dierenhandelszaak.

Dit bedrag moet gestort worden op de volgende rekening:

679-2005929-66

FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de

Voedselketen en Leefmilieu

Eurostation

Victor Hortaplein 40/10, 7 E 04

1060 Brussel

De erkenning kan pas na onderzoek van het volledige dossier worden toegekend. Het dossier m.b.t. de aanvraag tot erkenning wordt ingediend bij het gemeentebestuur van de plaats waar de inrichting zich bevindt. 

Het dossier omvat :

·         Het volledig ingevulde formulier m.b.t. de aanvraag tot erkenning (bijlage I van het KB).

·         Een kopie van het contract met de dierenarts die als contractdierenarts werd aangewezen zoals bepaald in bijlage V van het KB.

·         Het bewijs van betaling van de kosten voor de aanvraag tot erkenning.

Het formulier m.b.t. de aanvraag tot erkenning wordt vervolledigd als volgt:

·         Het voorwerp van de aanvraag: indien verschillende soorten inrichtingen zich op hetzelfde adres bevinden, moet voor elke inrichting een afzonderlijke aanvraag tot erkenning worden ingediend.

·         De gegevens van de inrichting.

·         De gegevens van de beheerder van de inrichting (de aanvrager).

·         Het inschrijvingsnummer bij de Kruispuntbank van Ondernemingen (K.B.O.).

·         Het nummer en de vervaldatum van de milieuvergunning.

·         De lokalen die deel uitmaken van de inrichting.

·         Het personeelsbestand en met name de verantwoordelijke die in de inrichting aanwezig is en die een direct toezicht uitoefent op de dieren.

·         Alle soorten dieren die in de inrichting kunnen worden gehouden en de maximumcapaciteit van de inrichting. Dit is een belangrijk element, aangezien deze limitatief is en op de erkenning wordt vermeld. Bij aanwinst van nieuwe soorten of bij een verhoging van de capaciteit moet een nieuwe aanvraag tot erkenning worden ingediend en moeten opnieuw kosten worden betaald.

Advies van het gemeentebestuur:

Na het verlenen van zijn advies met betrekking tot de eerbiediging van de voorwaarden van de milieuvergunning en van de maatregelen tegen brand, maakt het gemeentebestuur het dossier binnen 30 dagen na ontvangst over aan de Inspectiedienst voor Dierenwelzijn (gewestelijke coördinatie).  

Het advies van de Dienst Dierenwelzijn:

Nadat de Inspectiedienst voor Dierenwelzijn het dossier heeft ontvangen, wordt een bezoek aan de inrichting gepland. Dit bezoek strekt ertoe na te gaan of aan alle wettelijke voorwaarden inzake dierenwelzijn is voldaan alvorens een erkenning toe te kennen dan wel te weigeren.

De erkenning van de Minister:

De Minister verleent de erkenning op advies van voormelde dienst binnen de 6 maanden na ontvangst van de aanvraag indien aan de voorwaarden gesteld in de wet van 14/08/1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren en het koninklijk besluit houdende erkenningsvoorwaarden voor inrichtingen voor dieren en houdende de voorwaarden inzake de verhandeling van dieren wordt voldaan. De erkenning is geldig voor een periode van 10 jaar en geldt enkel voor de beschreven activiteit, voor de op het erkenningscertificaat vermelde diersoorten en maximumcapaciteit. Aan de erkenning kunnen beperkingen verbonden worden, waardoor ze dus niet per se volledig overeenstemt met de ingediende aanvraag tot erkenning. 

Het afgeleverde erkenningscertificaat moet op zichtbare wijze in de inrichting worden uitgehangen.

De Minister kan op elk ogenblik de erkenning intrekken indien de inrichting niet langer voldoet aan de voorwaarden die zijn bepaald in de wet en haar uitvoeringsbesluiten. Er wordt dan een procedure ter informatie opgestart tijdens welke de betrokkene over een termijn van 15 dagen beschikt om de Dienst Dierenwelzijn uitleg te verschaffen.

Voorlopige erkenning:

Er is in een voorlopige erkenningsprocedure voorzien voor uitzonderlijke gevallen waarvoor niet meteen een definitieve beslissing kan worden genomen. 

·         Indien de Inspecteur-Dierenarts tijdens zijn bezoek aan de inrichting niet kan oordelen of aan alle wettelijke voorschriften is voldaan (bijvoorbeeld omdat er nog geen dieren aanwezig zijn). 

·         Indien voor het krijgen van een milieuvergunning een onderzoek door de bevoegde gewestelijke overheden is vereist waardoor de termijnen niet kunnen worden gerespecteerd, en het gemeentebestuur het dossier samen met een (voorlopig) advies aan de Inspectiedienst voor Dierenwelzijn heeft bezorgd.

Na een bezoek aan de inrichting kan een voorlopige erkenning worden afgeleverd.

In elk geval kan de definitieve erkenning pas worden afgeleverd na ontvangst van een volledig dossier en na gunstig advies van de Inspectiedienst voor Dierenwelzijn.

V. Voorwaarden voor de toekenning en het behoud van de erkenning

Honden- en kattenkwekerijen en dierenhandelszaken moeten eerst voldoen aan de algemene voorwaarden die voor alle erkende inrichtingen zijn vastgesteld. 

Zij betreffen:

·         De uitrusting

o        Geschikte constructie van de dierenverblijven, stevig, niet-monotoom en aangepast aan het gedrag van de diersoort;

o        Temperatuur en vochtigheidsgraad aangepast aan de behoefte van de aanwezige dieren;

o        Opslaan van voedingsmiddelen in goede hygiënische omstandigheden;

o        Opslaan en verwijdering van afval op een aangepaste manier;

o        Eventuele maatregelen voor de bestrijding van een brand (zie de voorschriften van het gemeentebestuur

·         De verzorging van de dieren

o        Bekwaamheid van het personeel;

o        Voldoende voedsel en water aangepast aan de behoefte;

o        Aangepaste verlichting, afwisseling dag – nacht;

o        Controle van de dieren minstens tweemaal per dag;

o        Maatregelen zijn getroffen om de goede gezondheidstoestand van de dieren te handhaven.

·         De contractdierenarts controleert het welzijn en de gezondheidstoestand van de dieren. De minimumfrequentie van die verplichte controlebezoeken is als volgt vastgesteld:

o        Voor de handelszaken die geen honden of katten verhandelen : 1 bezoek per jaar

o        Voor de handelszaken die honden en/of katten verhandelen : 1 bezoek per kwartaal.

o        Voor de honden- of kattenkwekerijen met maximum 10 vrouwelijke fokdieren: 1 bezoek per jaar.

o        Voor de honden- of kattenkwekerijen met 11 tot 20 vrouwelijke fokdieren: 1 bezoek per semester.

o        Voor de honden- of kattenkwekerijen met 21 tot 50 vrouwelijke fokdieren : 1 bezoek per kwartaal.

o        Voor de honden- of kattenkwekerijen met meer dan 50 vrouwelijke fokdieren: 1 bezoek per maand.

De contractdierenarts vermeldt bij elk bezoek de datum van het bezoek, zijn waarnemingen en aanbevelingen; hij ondertekent dit document dat in de vorm van een register in de inrichting wordt gearchiveerd. De dierenarts kan die gegevens ofwel rechtstreeks in een schrift noteren ofwel deze aan de beheerder van de inrichting bezorgen die ze archiveert. De contractdierenarts voert de noodzakelijke vaccinaties uit.

Als de dieren niet in goede gezondheid lijken te zijn of als ze gedragsstoornissen vertonen, dient er een beroep gedaan te worden op de contractdierenarts om dit te verhelpen.

·         Indien de Inspectiedienst (een) gezondheids- of welzijnsproble(e)m(en) vaststelt, kan deze meer controlebezoeken door de contractdierenarts opleggen en maatregelen nemen zoals een verkoopverbod.

VI. Bijzondere voorwaarden voor het houden van honden en katten

De inrichtingen moeten zich houden aan de bijzondere bepalingen met betrekking tot:

o        De uitrusting

o        De verzorging van de dieren

o        De voorwaarden inzake de verhandeling.

Overeenkomstig het soort instelling en de gehouden soorten.

Verwijzen naar de gedetailleerde fiches: “Bijzondere voorwaarden voor een dierenhandelszaak” en “Bijzondere voorwaarden voor een honden- of kattenkwekerij”.  

 

VII. Verkoopsvoorwaarden die voor alle dieren in acht moeten worden genomen

De verkoper is ten overstaan van de koper ertoe gehouden:

·         de nodige richtlijnen met betrek­king tot voeding, huisves­ting en verzorging van het dier te verstrekken.

·         Op diens verzoek een overdrachtsbewijs te overhandigen waarop de naam van de verkoper, de soort en het aantal verkochte dieren staat vermeld.

·         Geen valse informatie te verstrekken m.b.t. leeftijd, afkomst of benaming van een te koop aangeboden dier, noch bedrieglijke publi­citeit te voeren.

Het is verboden volgende dieren te verhandelen of te verkopen:

·         dieren met duidelijke ziekte­symptomen.

·         frauduleus ingevoerde dieren en illegaal ge­houden dieren.

·         niet of te vroeg gespeen­de zoogdieren.

·         dieren die een niet toegestane amputatie hebben onder­gaan.

·         zwervende, verloren of achtergelaten dieren.

 

VIII. De controles

De inrichtingen worden aan controles onderworpen om te verifiëren of zij nog steeds voldoen aan de verplichtingen inzake dierenwelzijn. Die controles worden systematisch uitgevoerd bij elke aanvraag tot erkenning en worden vervolgens herhaald op basis van een algemene planning van de controles of naar aanleiding van klachten tegen een inrichting. De controles hebben betrekking op de administratieve en praktische aspecten (voldoende en bekwaam personeel, overeenkomst met een dierenarts, bijhouden van registers, identificatie en registratie van honden, inachtneming van de wettelijke garantievoorwaarden, normen voor het houden van dieren…).

 

IX. Maatregelen en sancties

De maatregelen en sancties worden bepaald in de wet en haar uitvoeringsbesluiten. Het kan hierbij gaan om:

·         De verhoging van het aantal bezoeken van de contractdierenarts ingeval er gezondheids- of welzijnsproblemen van de dieren worden vastgesteld.

·         Een verkoopverbod om dezelfde redenen.

·         Een waarschuwing

·         Een proces-verbaal met betaling van een administratieve boete of rechtsvervolging.

·         De inbeslagneming van dieren die kunnen worden verkocht of aan een asiel, een zoo of een persoon kunnen worden toevertrouwd of die, indien nodig, worden geëuthanaseerd.

·         De intrekking van de erkenning.

·         Het tijdelijke of definitieve verbod om een nieuwe erkenning aan te vragen.

·         Het verbod om nog een inrichting zoals een dierenhandelszaak, een honden- of kattenkwekerij, asiel, pension, markt of zoo te beheren of er toezicht op uit te oefenen.

 

*******

Alle nodige formulieren zijn hier te downloaden.

 

Informatie in verband met Show

Contactpersoon :Els Vanautryve
E-mail :Els.Vanautryve@health.fgov.be
Tel. :02/524.74.19
Fax :02/524.74.48

Directoraat-generaal Dier, Plant en Voeding
Dienst Dierenwelzijn en CITES


Dierenwelzijnsvoorwaarden voor tentoonstellingen en andere evenementen met dieren


Dit document is gebaseerd op de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en
het welzijn der dieren. De omkaderde passages zijn wettelijke bepalingen. Hiervan mag dan
ook in geen geval afgeweken worden. De betrokken wetsartikels worden telkens vermeld in
de tekst en nader verklaard.
De niet-omkaderde passages bevatten aanbevelingen. Het opvolgen van deze aanbevelingen
is ten zeerste aangewezen indien men het welzijn van de betrokken dieren niet in gevaar wil
brengen.


Verhandelen
Honden en katten mogen niet verhandeld worden op tentoonstellingen, beurzen, ... (art. 12). Onder
verhandelen dient begrepen te worden (art. 3, 8°) :
- in de handel brengen;
- te koop aanbieden;
- houden met het oog op verkoop;
- verwerven met het oog op verkoop;
- vervoeren met het oog op verkoop;
- tentoonstellen met het oog op verkoop;
- ruilen;
- verkopen;
- ten kosteloze of bezwarende titel afstaan.
Dit betekent :
- dat honden en katten niet ter plaatse op tentoonstellingen, beurzen, ... mogen verhandeld
worden;
- dat op tentoonstellingen, beurzen, ... niet mag onderhandeld worden over het
verhandelen van een hond of kat op een latere datum;
- dat op de stands onder geen enkele vorm vermeldingen mogen aangebracht worden die
erop kunnen wijzen dat de standhouder verhandelbare pups of kittens beschikbaar heeft
of zal hebben; het tentoonstellen van pups en/of kittens dient in deze zin geïnterpreteerd
te worden.

Maken van publiciteit


Personen die niet erkend zijn in toepassing van het koninklijk besluit van 17 februari 1997 houdende
erkenningsvoorwaarden voor hondenkwekerijen, kattenkwekerijen, dierenasielen, dierenpensions en handelszaken voor
dieren, en de voorwaarden inzake de verhandeling van dieren, mogen geen publiciteit maken voor het
verhandelen van honden en/of katten (art. 11bis). Het ter beschikking stellen van visitekaartjes,
folders, ... valt onder dit verbod.
Daar het voor een organisator vrijwel onmogelijk is om het onderscheid te maken tussen erkende en
niet-erkende personen en/of inrichtingen en teneinde discussies te vermijden, is het ten zeerste
aangewezen om geen enkele standhouder toe te laten visitekaartjes, folders, ... ter beschikking te
stellen.


De tentoongestelde dieren Soorten dieren


Dieren moeten steeds een verzorging en huisvesting krijgen in overeenstemming met hun aard,
behoeften, gezondheidstoestand en graad van aanpassing (art. 4). Tijdens tentoonstellingen, beurzen,
... kan niet voor alle diersoorten aan deze vereisten voldaan worden.
Voor wat zoogdieren betreft, is het dan ook ten zeerste aangewezen om enkel dieren toe te laten die
voorkomen op de lijst in bijlage bij het koninklijk besluit van 7december 2001 tot vaststelling van de lijst
van dieren die gehouden mogen worden.
Leeftijd van de tentoongestelde dieren
Dieren moeten steeds een verzorging en huisvesting krijgen in overeenstemming met hun aard,
behoeften, gezondheidstoestand en graad van aanpassing (art. 4). Het vervoeren en tentoonstellen
van zeer jonge dieren is moeilijk in overeenstemming te brengen met deze bepaling.
Verzorging en huisvesting van de dieren
Dieren moeten steeds voeding, verzorging en huisvesting krijgen in overeenstemming met hun aard,
hun fysiologische en ethologische behoeften, hun gezondheidstoestand en hun graad van
ontwikkeling, aanpassing of domesticatie (art. 4). Dit betekent o.a. (dit is geen limitatieve
opsomming) :
- dat alle dieren over voldoende ruimte moeten beschikken.
- dat dieren die niet vertrouwd zijn met de drukte van een tentoonstelling, beurs, ...
voldoende ruimte moeten hebben om zich terug te trekken voor het publiek.
- dat de dieren toegang moeten hebben tot water en zo nodig voedsel.
- dat dieren niet mogen tentoongesteld worden in de nabijheid van een geluidsbron of
andere bronnen van stress, lijden of letsel.

 

 

Home | Adverteren | Toevoegen | E-mail